De Payotten

DE PAYOTTEN

———————

door Pol De Mont

uitg; Pol De Mont, bloemlezing uit zijn poëzie.


*********

Kerels van ‘ t koene Payottenland,

nooit verrekeld en nooit verbasterd,

zijn daar wel stoerdere mannen in ’t land?

Wie ’t beweren durft, die lastert!

Volk van boeren, niet van loeren,

bonkig van bouw en breed van schoeren

stevig en sterk, voor taak en werk,

trotsch op uw landaard, trouw aan uw zeden,

koppig u-zelf zoowel morgen als heden,

mannen van echt-Frankisch bloed,

dat zijt ge en dat blijft ge voor goed!

 

Kerels van ’t koene Payottenland,

hard als kasseien zijn er uw koppen!

Men mag er op haamren, men mag er op kloppen!

Klinken zullen zij, barsten niet!

Stammen en stronken gelijken uw nekken!

Men mag er aan wringen, aan rukken, aan trekken!

Kwetsen wel kan men ze! Buigen niet!

 

Kerels van ’t koene Payottenland,

Geen stoerdere ” willers” zijn er in ’t land!

 

Kerels van ’t koene Payottenland,

pezig en pittig van beenen en kuiten,

gij zakt in de klotten, gij staat in de kluiten,

vast gelijk palen en stram als een staak!

Tai zijn uw armen en knoestig uw vuisten!

ijzeren knokkels, ijzeren knuisten!

Zijn zij gebald eens, wat treffen zij raak!

 

Kerels van ’t koene Payottenland,

Geen stoutere durvers zijn er in ’t land

 

Kerels van ’t koene Payottenland,

Dietsch gesnaveld en Dietsch gebakerd,

heil U, dat uw ziel nog blakert,

met nooit uit te blusschen vlam,

voor uw taal, van alle de schoonste,

voor uw streek, uw dorp, uw woonste,

voor uw bloed en voor uw stam.

Kerels van ‘ tkoene Payottenland,

Geen stoerdere strijders zijn er in ’t land!

 

Kerels van ’t koene Payottenland,

niet te verwaalschen, niet te verfranschen,

vaarloos laat gij de leeuwen dansen,

roodgetongd en scherpgetand!

Laat ze brullen, laat ze klauwen,

laat ze leeuwenkermis houën

op eigen trant, in eigen land!

 

Kerels van ’t koene Payottenalnd,

Geen stoerdere Vlamingen zijn er in ’t land!

 

( juni 1924)